Home

De Steenlicht:

 

Het graan kan grof of fijn gemalen worden. De fijnheid van het meel wordt bepaald door de maaldruk die de loper op de ligger uitoefent. Een grote maaldruk levert fijn meel. Loopt de molen harder, dan valt er meer graan tussen de stenen en dat vereist een grotere maaldruk om de fijnheid van het meel constant te houden. Gaat daarentegen de molen langzamer draaien, dan valt er minder graan tussen de stenen en moet de maaldruk minder worden. Vooral bij een windmolen zal de maaldruk voortdurend aangepast moeten worden aan de gang van de molen, die afhankelijk is van de windsnelheid. De inrichting waarmee de maaldruk geregeld kan worden noemen we de steenlicht of kortweg de licht. De maaldruk wordt geregeld door middel van een hefboommechanisme waarmee de afstand tussen de loper en de ligger veranderd kan worden.

De lopers van de Broekmolen worden van onderaf aangedreven, terwijl de lopers van windmolens van bovenaf worden aangedreven. Hoewel het principe van de licht hetzelfde is, zien we toch verschillende uitvoeringen.

bij stenen die van bovenaf worden aangedreven (bijvoorbeeld bij de windmolens van Stramproy), wordt een steenspil, ook wel bolspil genoemd, toegepast om de loper op en neer te kunnen bewegen. Deze steenspil rust met de onderkant op een hefboom, de vonderbalk genoemd en de bovenkant van de spil drukt tegen de rijn. ALs de vonderbalk omhoog of omlaag bewogen wordt volgt de loper deze beweging. De vonderbalk wordt op zijn beurt weer bewogen door een ander hefboomstelsel. Deze hefbomen worden bediend door de lichtriem (lichttouw), die zich naast de meelbak bevindt. Staande naast de meelbak kan de molenaar met de ene hand in de meelbak, de fijnheid van het meel controleren en met de andere hand zonodig de maaldruk bijstellen met de lichtriem.

Bij stenen die van onderaf worden aangedreven, zoals bij de Broekmolen, doet het staakijzer dat de stenen aandrijft tevens dienst als steenspil. Dit staakijzer, rust met de onderzijde direct op de vonderbalk.