Geschiedenis van de Broekmolen 

Het landgoed met de boerderijwatermolen genaamd “Broekmolen” is gelegen in het buurtschap Heyeroth ten westen van Stramproy. Het landgoed is ergens voor de 15e eeuw ontstaan door ontginning van het van nature schrale en bosrijke gebied ten zuiden van Weert. Stramproy behoorde voor de Franse Tijd tot het vorstendom Thorn en was het tweede kwartier van het Land van Thorn. Dit bracht welvaart in het dorp, dat vroeger veel lakenweverijen had.

Het Stift van Thorn bezat er een windmolen een water-volmolen en een water-korenmolen de Broekmolen genaamd. Het dorp had vijf buurtschappen of roten, namelijk Torenroth (het dorp), Bergerroth, Molenbroekroth ten noorden, Breyvensroth en Heyeroth ten westen van het dorp gelegen. De namen bestaan nog, maar de grenzen zijn vervaagd.

Op 4 september 1474 verleenden de abdis Gertrudis van Sombref en het kapittel toestemming om een volmolen op te richten, die het lakenambacht in erfpacht kreeg. De volmolen, waarmee geweven laken werd verdicht en verstevigd, lag in het broek of Molenbroekroth op de huidige Aabeek, niet ver van de Broekmolen, die toen al bestond en toen geheel gebouwd was van hout. Beide molens hadden dezelfde pachter. In het begin van de 18e eeuw werd de volmolen, die in 1699 afbrandde en werd herbouwd, afgebroken. Bij graafwerkzaamheden in 1869 werd nog een stuk van de houten molenas aangetroffen. De broekmolen in zijn huidige vorm, gebouwd van steen, dateert echter van vóór 1738. In de 19e eeuw is er aan de huidige molen een deel aangebouwd dat ingericht werd als boerderij. Zo ontstond de boerderijwatermolen in zijn huidige vorm.

 

De Broekmolen ligt op een fraaie, afgelegen plaats in de buurtschap Heyeroth in het natuurgebied “de Stramproyse heide”. Vanaf de verharde weg naar de Belgische plaats Bocholt voert een zandweg naar de molen. De drijfkracht wordt geleverd door de molentak van de Aabeek, welke ter plaatse de landsgrens vormt. In de hoofdtak is een overlaat gelegd, die van losse schotbalken kan worden voorzien, waardoor het gebruik van de molen nog mogelijk is. Het gebied was oorspronkelijk bosrijk en schraal. Vanouds was de molen een leengoed van het Stift van Thorn. In de jaren tachtig van de 18e eeuw waren de toenmalige windmolen en de Broekmolen gezamenlijk eigendom van Henricus Veitmans en Paulus Engels, landdeken van Maaseik en pastoor van Grathem. In 1787 kwam het tot een scheiding in de bezittingen, waarbij Veitmans en consorten aan pastoor Engels, onder zekere voorwaarden, de vrije keus lieten. Engels koos voor de watermolen, zodat de windmolen eigendom van Veitmans werd. Later kwam de Broekmolen met huis in bezit van Marie van der Schoor, rentenier in Thorn. J.N. (Norbert) van der Schoor was aanvankelijk raadsheer van de vorstin-abdis en van 1807-1825 burgemeester van Thorn. In 1845 verkocht Marie van der Schoor de molen met huis en aanhorigheden aan Jan Mathijs Donders, een welgestelde landbouwer en grondeigenaar in Stramproy. Blijkbaar was de helft eigendom van Jan Smeets, want in 1845 verkocht Smeets zijn deel aan de weduwe Maria Digna Donders-Mertens. Maria Mertens was een zuster van de vrouw van Michiel Maes, hiervoor genoemd. Zij waren afkomstig van een bekende familie in Weert. In 1868 liet de weduwe Donders-Mertens de Broekmolen, waarbij ook een boerenbedrijf werd uitgeoefend, verbouwen en kreeg het boerderijgedeelte zijn huidige gedaante. Als herinnering aan de verbouwing werden in de top van de zijgevel boven het waterrad en rond de muuropening van de molenas twee gedenkstenen geplaatst. Bij successie in 1898 kwam de molen met aanhorigheden in bezit van de zoon van Donders, eveneens Jan Mathijs genaamd, grondeigenaar in Stramproy en van de dochters Elisabeth, gehuwd met Jan Mathijs Canoy te Baexem, Gertrudis en Maria, die ongehuwd in Stramproy samenwoonden.

Bij boedelscheiding in 1900 werden de bezittingen van de familie Donders aan Maria en Gertrudis toegewezen en na hun overlijden bij successie in 1928 aan Jan Mathijs Donders, burgemeester van Stramproy, een kleinzoon van de weduwe Donders-Mertens, en aan Maria Elisabeth Donders, de weduwe van J.M. Canoy uit Baexem.

 

In 1929 kwam de molen met huis, schuur, stal, erf, weilanden en de overige bezittingen bij successie in bezit van de volgende erfgenamen:

 -Maria Ida Canoy, in eerste huwelijk weduwe van J. Clercx, houthandelaar in

 -Helmond en in tweede huwelijk van W.J.H. Prick, burgemeester van Gulpen;

 -Maria Catharina Canoy, getrouwd met Jan Theodoor Roost in Baexem;

 -Maria Helena Canoy in Baexem-Schoor;

 -de kinderen Meuwissen te weten Lidy, Ita en René in Echt.

 

Na boedelscheiding in 1940 werd de molen met aanhorigheden eigendom van Maria Gertrudis Canoy, echtgenote van Johannes Adamus Renier Meuwissen, grondeigenaar in Echt. Zij overleden respectievelijk in 1944 en 1961. Eigenaren werden toen hun kinderen Lidy en Ita beiden ongehuwd en wonende in Echt, alsmede René Mathieu, wonende te Eindhoven. Van de hiervoor genoemde eigenaren heeft niemand de molen bemalen, deze werd verpacht.

 

In 1950 maalde de molen nog met één koppel stenen. In het midden van de jaren vijftig werd de molen stilgezet. Het woonhuis en de molen, die onder een pannenzadeldak liggen, werden verlaten en bleven onbeheerd. De afgelegen ligging was er de oorzaak van, dat de boerderijmolen in korte tijd in een ruïne veranderde en onbewoonbaar werd verklaard. De familie Meuwissen heeft steeds geprobeerd de molen van de hand te doen. Ook de gemeente Stramproy heeft de molen kunnen kopen, maar de aankoop en de restauratie van de standaardmolen St. Jan hadden de gemeente teveel geld gekost. Er was van verschillende zijden belangstelling. Een definitieve overdracht werd verhinderd omdat de molen op de monumentenlijst staat, zodat de koper verplicht was het gebouw als molen te restaureren. In 1971 werd de Broekmolen verkocht aan de apotheker Richard Joseph Maria Vermeulen uit Mol (B.), die het aandurfde de omvangrijke restauratie ter hand te nemen. Het werk werd in de jaren 1976, 1977 en 1978 uitgevoerd. De restauratie aan het molenwerk werd uitgevoerd door de firma Gebr. Adriaens uit Weert. In 1981 bouwde Vermeulen bij de molen een fraaie schuur, welke oorspronkelijk deel uitmaakte van een Kempische Abdijhoeve te Geel (B.) In februari 2009 hebben de huidige eigenaren de molen uit de nalatenschap van de familie Vermeulen gekocht. De molen heeft nog van oudsher molen,- en stuwrecht en een aantal dagen per jaar wordt er in de molen nog voor bezoekers gemalen. In dit gedeelte van Nederlands Limburg is de molen enig in zijn soort.

 

Home